Oudnieuws
Jaargang 43 nr. 3, augustus 2022
 
Het augustusnummer van OudNieuws is geheel gewijd aan de tentoonstelling Geervliet in 1672 het rampjaar.
 

Het Rampjaar 1672

De regering was radeloos, het land reddeloos en het volk redeloos…
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in oorlog met Frankrijk, Engeland en de Duitse bisdommen Münster en Keulen. Johan de Witt en diens broer Cornelis vermoord. Het was een rampjaar. Hoe kon het zover komen?

1654: Ruwaard Cornelis de Witt

In elk rechtsgebied binnen Holland hadden de Staten een ambtenaar als hoogste vertegenwoordiger. Overal heette die functionaris baljuw, behalve in Putten. Hier werd hij ruwaard genoemd, een titel die al tijdens de laatmiddeleeuwse Heren van Putten gebruikt werd.
De baljuw-ruwaard fungeerde daarnaast als hoofdofficier van justitie; hij stelde in rechtszaken de strafeis, waarop vervolgens de rechters het vonnis uitspraken. In Putten waren de rechters leenmannen die samen de Hoge Vierschaar vormden.

1667: Cornelis de Witt, de held van Chatham

De ‘Royal Charles’, Brits vlaggenschip opgebracht naar Hellevoetsluis
Geen land met eigen toegang tot de zee of het heeft een oorlogsvloot. Geen oorlogsvloot of er is een vlaggenschip, de trots van de natie.
In de 17de eeuw had de Republiek haar ‘Zeven Provinciën’, waarmee vlootvoogd Michiel Adriaensz de Ruyter de zeeën bevoer. Tezelfdertijd had Engeland zijn ‘Royal Charles’, ons bekend vanwege de ‘Tocht naar Chatham’.

‘Alderliefste…’

De correspondentie van Cornelis en (vooral) Johan de Witt is grotendeels bewaard gebleven. Veel van deze brieven gaan over staatszaken – ook die tussen de broers onderling – hoewel zij een enkele keer ook over familiezaken correspondeerden. Alle eerder in druk verschenen brieven van en aan Johan de Witt zijn dankzij het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis gedigitaliseerd en op het internet beschikbaar.

‘Gedenkwaardige stukken wegens den moord der Heeren Cornelis en Johan de Witt’

Eerder (ON nov. 2020) meldden we de aankoop van een 17de-eeuws bundeltje met losse stukken, handelend over de moord op de gebroeders De Witt. In dat artikel werd voornamelijk aandacht besteed aan Gerard Brandt, een Amsterdamse horlogemakerszoon die theologie ging studeren en naast zijn werk als Remonstrantse predikant tijd vond voor dichtwerk en vele publicaties over historische personen en gebeurtenissen.

‘Op de val van Kornelis en Iohan de Wit’

door Willem Tichelaer
Het geschrift uit onze collectie is gedateerd 1672. Over de identiteit van de schrijver hoeven we geen moment te twijfelen. Hij zet zelfs in elk exemplaar als certificaat van echtheid eigenhandig zijn initialen: W.T., Willem Tichelaer. Hij wordt hier expliciet aangeduid als de auteur.

Een portret van Philippus Baldeus

Cornelis de Witt wist als ruwaard van Putten dat de predikantsplaats in Geervliet sinds november 1668 vacant was. Hoewel het initiatief tot beroeping van een opvolger tot de de competentie van de kerkenraad behoorde, moest de ruwaard die keuze bevestigen namens de Staten van Holland, die de predikanten betaalden en dus het laatste woord hadden. De Witt negeerde de gebruikelijke procedure en stelde de Geervlietse kerkenraad dringend, zo niet dwingend, voor een beroep te doen op Philippus Baldaeus. Vanwaar deze keuze?

1672: Boek van Philippus Baldeus verschijnt in druk

Toen Philippus Baldaeus in 1655 als predikant in dienst van de VOC in Batavia arriveerde hoopte hij een eigen kerkelijke gemeente toegewezen te krijgen. Hij werd echter als vloot- en legerpredikant ingezet. In die hoedanigheid bezocht hij Celebes, de kusten van Malabar en Coromandel en het eiland Ceylon, het huidige Sri Lanka.

Zilveren herinneringspenning uit 1672

Bronzen borstbeeld in 2022
De broers Cornelis en Johan de Witt werden het slachtoffer van een politieke en populistische haatcampagne, veroorzaakt door hun anti-Oranjegezinde opstelling en door de extreem moeilijke politieke en militaire situatie van de Republiek der Zeven Nederlanden in het Rampjaar.